Madrid – Honderd jaar na de val van de Rif-republiek stond de Rif-kwestie opnieuw centraal tijdens een internationale conferentie in Madrid, georganiseerd door de Parti National Rifain (PNR). Spaanse historici, geopolitieke analisten, journalisten en voormalige militairen kwamen bijeen om de geschiedenis, de actualiteit en de toekomst van de Rif te bespreken.

De conferentie vond plaats op een symbolisch moment. Op 7 mei 1926 kwam een einde aan de Rif-republiek, die onder leiding van Abdelkrim El Khattabi uitgroeide tot een van de meest opmerkelijke antikoloniale ervaringen van de twintigste eeuw. Een eeuw later stelden verschillende sprekers dat de geschiedenis van de Rif nog steeds onvoldoende bekend is en dat het tijd is voor een hernieuwd debat over haar plaats in de geschiedenis van Noord-Afrika en Europa.

Don Diego Camacho: “De Rif heeft het spirituele gezag van de sultan nooit erkend”

Een van de meest opvallende bijdragen kwam van Don Diego Camacho, gepensioneerd infanteriekolonel en inlichtingenexpert. In zijn historische analyse benadrukte hij dat de Rif gedurende lange tijd een eigen politieke en maatschappelijke realiteit vormde, onderscheiden van de machtsstructuren van het sultanaat van Fez.

Volgens Camacho was de Rif historisch gezien geen gebied dat zich identificeerde met de religieuze legitimiteit waarop de Marokkaanse sultans hun gezag baseerden.

“Daarom kan men stellen dat de Rif, naar mijn mening, een gebied was dat duidelijk onderscheiden was van het sultanaat van Fez.”

Hij wees erop dat de bevolking van de Rif nooit de religieuze aanspraken van de sultan heeft erkend.

“Nooit heeft de sultan van Fez, of de sultan van Marrakesh, erkenning gekregen als Amir al-Mu’minin (Leider der Gelovigen), met andere woorden als afstammeling van de profeet Mohammed.”

Volgens Camacho vormt dit een fundamenteel historisch gegeven dat vaak wordt genegeerd in de discussies over de relatie tussen de Rif en Marokko.

“Wat belangrijk is om te onthouden, is dat de Rif nooit het spirituele gezag heeft erkend dat de sultan van Marokko voor zichzelf opeist.”

Volgens hem verklaart dit mede waarom de Rif door de geschiedenis heen een sterke traditie van autonomie en onafhankelijkheid heeft behouden.

Ridouane Oussama: “De Rif-republiek was een historische staat”

Ook Ridouane Oussama, voorzitter van de Parti National Rifain (PNR), ging in op de historische legitimiteit van de Rif en de betekenis van de Rif-republiek.

Volgens Oussama moet de Rif niet uitsluitend worden gezien als een geografische regio, maar als een historische politieke gemeenschap met een eigen staatsvorming.

“De Rif-republiek was een historische staat, met in de praktijk erkende grenzen door de koloniale mogendheden die aanwezig waren in de regio.”

Hij wees erop dat de republiek beschikte over alle essentiële kenmerken van een georganiseerde staat.

“De Rif-republiek had instellingen, een regering, strijdkrachten en een financieel systeem.”

Volgens Oussama vormt deze historische realiteit een belangrijk onderdeel van de legitimiteit van de Rifijnse zaak.

Daarnaast benadrukte hij dat de Rif-kwestie vandaag de dag niet langer uitsluitend kan worden beschouwd als een interne aangelegenheid van Marokko.

“De Rif-kwestie is vandaag de dag geen interne Marokkaanse kwestie meer, maar een internationale, Rif-Europeesche kwestie.”

Volgens hem is dat een logisch gevolg van het feit dat miljoenen Rifijnen tegenwoordig in Europa wonen.

“Wij willen dat de wereld, en Europa in het bijzonder, ons helpt. Want vijf miljoen Rifijnen zijn Europeanen.”

Guillermo Rocafort: “De Grondwet van 1978 betekende de onderwerping van de Rif aan Marokko”

Een andere opvallende bijdrage kwam van Guillermo Rocafort, Spaans historicus en geopolitiek analist. In zijn toespraak plaatste hij de Rif-kwestie binnen een bredere geopolitieke context.

Volgens Rocafort krijgt de situatie van het Rifijnse volk onvoldoende aandacht binnen Spanje, ondanks de historische banden tussen beide volkeren.

Hij stelde dat de geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen decennia een doorslaggevende invloed hebben gehad op de positie van de Rif.

Een van zijn meest opvallende uitspraken was gericht op de politieke ontwikkelingen in Spanje na de overgang naar het constitutionele systeem van 1978.

“Wat Spanje betreft, moet duidelijk begrepen worden dat de Grondwet van 1978 niet alleen de onderwerping betekende van de Rif aan Marokko, maar ook de onderwerping van Spanje aan de Verenigde Staten.”

Volgens Rocafort moet de huidige situatie van de Rif worden begrepen binnen een bredere strategische context waarin de controle over de Straat van Gibraltar, de Middellandse Zee en Noord-Afrika een belangrijke rol speelt.

Hij verwees eveneens naar wat hij beschreef als een gebrek aan aandacht voor de repressie die de Rif heeft meegemaakt sinds de jaren vijftig.

“De repressie van de Rif in 1958 is ook grotendeels onbekend in Spanje.”

Daarnaast benadrukte hij dat de historische banden tussen Spanje en de Rif niet mogen worden vergeten.

“Wij zijn voorbestemd elkaar te begrijpen en sterke bondgenoten te worden.”

Volgens Rocafort zou een Rif met brede autonomie of onafhankelijkheid een belangrijke geopolitieke rol kunnen spelen in de westelijke Middellandse Zee en bijdragen aan een nieuw evenwicht in de regio.

Een oproep tot historische erkenning

Ondanks hun verschillende achtergronden deelden de sprekers een gemeenschappelijke boodschap: de geschiedenis van de Rif verdient meer aandacht, zowel binnen Spanje als binnen Europa.

De conferentie bracht historici, juristen, geopolitieke experts en vertegenwoordigers van de Rifijnse gemeenschap samen rond één centrale gedachte: dat de Rif niet uitsluitend moet worden bekeken vanuit hedendaagse politieke verhoudingen, maar ook vanuit haar eigen geschiedenis, instellingen, collectieve geheugen en historische ervaring als georganiseerde politieke gemeenschap.

Honderd jaar na de val van de Rif-republiek blijft de vraag naar historische erkenning, politieke rechten en internationale aandacht daarmee onverminderd actueel.