Don Diego Camacho is een Spaanse kolonel, voormalig militair in de speciale eenheden en oud-lid van de Spaanse inlichtingendiensten. Tijdens de internationale conferentie over de Rif, die op 8 mei 2026 in Madrid plaatsvond en georganiseerd werd door de Parti National Rifian, gaf hij een uitgebreide historische en geopolitieke analyse van de Rif-kwestie, de koloniale geschiedenis van Noord-Afrika en de rol van Spanje, Frankrijk en de Verenigde Staten in de regio.
Volgens Don Diego Camacho begint de oorsprong van de huidige Rif-kwestie bij de koloniale verdeling van Afrika na het Verdrag van Berlijn van 1885. Tijdens die conferentie verdeelden de Europese mogendheden grote delen van Afrika onder elkaar. Hij legde uit dat vooral Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland een centrale rol speelden in de strijd om invloed in Noord-Afrika. Spanje werd later betrokken als bijkomende macht, vooral omdat Frankrijk Spanje wilde gebruiken als buffer tegen de Duitse ambities in de regio.

Camacho beschreef hoe Frankrijk vanaf het begin van de twintigste eeuw zijn invloed in Noord-Afrika wilde uitbreiden. Frankrijk controleerde reeds Algerije en Tunesië en wilde ook invloed krijgen over Marokko, de Rif en de Sahara. In 1904 werd volgens hem een geheim akkoord gesloten tussen Frankrijk en Spanje, waarbij de toekomstige verdeling van invloedssferen werd voorbereid. Spanje bevond zich op dat moment in een zwakke positie na de nederlaag tegen de Verenigde Staten in 1898 en liet zich daardoor volgens hem gemakkelijk meeslepen in het koloniale project in Marokko.
Hij verwees ook naar de Conferentie van Algeciras van 1906, waar officieel werd vastgelegd dat Frankrijk en Spanje verantwoordelijk zouden zijn voor de veiligheid in Marokko. Volgens Camacho vormde dit de diplomatieke basis voor de latere Franse en Spaanse aanwezigheid in de regio. Vervolgens beschreef hij hoe Frankrijk en Spanje hun militaire aanwezigheid geleidelijk uitbreidden in Marokko en de Rif.
Een belangrijk onderdeel van zijn toespraak ging over de Spaanse militaire campagnes in de Rif en het verzet van de Rifijnen onder leiding van Abdelkrim El Khattabi. Camacho benadrukte dat de Spaanse troepen zware nederlagen leden tegen de Rif-strijders, vooral tijdens de Rifoorlog. Pas na de landing van Al Hoceima in 1925 konden Spanje en Frankrijk gezamenlijk de Rif militair onderwerpen. Volgens hem betekende dit echter niet dat de Rif ooit werkelijk deel werd van het Marokkaanse sultanaat.
Camacho stelde nadrukkelijk dat de Rif historisch, cultureel en spiritueel altijd verschilde van het sultanaat van Fez en Marrakesh. Volgens hem erkenden de Rifijnen de Marokkaanse sultan nooit als hun religieuze of politieke leider. Hij legde uit dat de sultan zichzelf beschouwde als “Amir al-Mu’minin”, leider van de gelovigen en afstammeling van de profeet Mohammed, maar dat deze claim volgens hem nooit door de Rif-bevolking werd aanvaard. Hierdoor bestond er volgens Camacho al lang vóór de koloniale periode een fundamentele scheiding tussen de Rif en Marokko.
Verder beschreef hij hoe Frankrijk en Spanje in 1956 besloten de onafhankelijkheid van Marokko te erkennen en Mohammed V terugkeerden uit ballingschap in Madagascar. Volgens Camacho besloten de Europese machten toen om niet twee afzonderlijke staten te creëren, maar om de volledige soevereiniteit over de Rif, de voormalige Franse gebieden en later ook de Spaanse gebieden over te dragen aan de Marokkaanse monarchie. Hij benadrukte dat de Marokkaanse sultan daardoor macht kreeg over gebieden die historisch nooit volledig onder zijn controle hadden gestaan.
Camacho koppelde dit vervolgens aan de latere kwestie van de Westelijke Sahara. Volgens hem is het idee van autonomie binnen het Marokkaanse koninkrijk fundamenteel problematisch, omdat de aard van het sultanaat volgens hem geen echte machtsoverdracht toestaat. Hij stelde dat een sultan geen autonomie kan verlenen zonder zijn eigen legitimiteit en religieuze autoriteit te verzwakken. Daarom beschouwde hij de Marokkaanse voorstellen rond autonomie voor de Sahara als tegenstrijdig met de structuur van de monarchie zelf.
Ook de internationale geopolitiek speelde een grote rol in zijn analyse. Camacho verklaarde dat Frankrijk altijd een sterk en verenigd Marokko heeft gesteund om zo het idee van een “Groot-Marokko” te ondersteunen. Dat project omvatte volgens hem niet alleen het huidige Marokko, maar ook delen van Algerije, Mauritanië, de Westelijke Sahara en zelfs de Canarische Eilanden.
Volgens Camacho handelde Spanje in deze periode vooral uit zwakte. Hij stelde dat Spanje sterk afhankelijk was van Frankrijk en later van de Verenigde Staten. Tijdens de jaren zeventig, toen Franco stervende was en Spanje intern instabiel werd, koos Madrid er volgens hem voor om de Amerikaanse en Franse geopolitieke lijn te volgen. De Verenigde Staten zagen Marokko volgens Camacho als hun belangrijkste bondgenoot in Noord-Afrika, vooral om de Middellandse Zee te controleren en de strategische belangen van Israël te beschermen.
Hij verwees daarbij naar de Groene Mars van 1975, waarmee Marokko de Westelijke Sahara binnentrok. Volgens Camacho had Spanje destijds de mogelijkheid om zowel de Rif-beweging als de Sahrawi-beweging te ondersteunen, maar deed het dat niet uit politieke zwakte en afhankelijkheid van buitenlandse machten.
Tot slot verklaarde Don Diego Camacho dat de Rif-bevolking, zelfs na het einde van de koloniale periode, nooit volledig de autoriteit van de Marokkaanse monarchie heeft aanvaard. Volgens hem bleef er altijd een diepe historische, culturele en politieke kloof bestaan tussen de Rif en de centrale Marokkaanse staat. Zijn toespraak presenteerde de Rif-kwestie dan ook niet als een recent probleem, maar als het resultaat van een lange geschiedenis van koloniale beslissingen, geopolitieke belangen en onafgewerkte dekolonisatie.
Hieronder de link naar de video met de toespraak van dhr. Don Diego Camacho, voorzien van Nederlandse, Engelse en Arabische ondertiteling.











Leave a Reply